Stichting

Stichting Bunschoter Botter BU 210

Bouw en geschiedenis van de
Bunschoter Botter BU 210

Een beknopt overzicht van de bouw van de botter BU 210
  • 1980-1984: in deze periode zijn door het bestuur van de watersportvereniging De Eendracht de mogelijkheden voor de bouw en het beheer van een nieuwe botter onderzocht.
 Maar in beslag genomen door het besturen van de vereniging zag men geen mogelijkheden hiermee verder te gaan.
  • 1984: Het idee wordt door anderen overgenomen, op 7 december wordt ten overstaan van notaris J. Prins de stichting Bunschoter Botter BU 210 opgericht.
 De oprichters zijn: W. de Graaf - gemeentesecretaris van Bunschoten, mr. J. Prins - notaris te Amersfoort, mr. F. J. 't Hoen - te Bunschoten, A. Grundmann te Bunschoten en W. Heinen te Spakenburg. De doelstelling van deze stichting was te komen tot de bouw van een nieuwe botter.
  • 14 mei 1985. Om 16:00u werd - onder grote belangstelling - door de werknemers de kielbalk gelegd.
    De kiel rustte op een grote balk die later de mast moest worden.
  • 20 mei 1985. De vier werknemers treden officieel in dienst.
  • 19 december 1985. Een gedeputeerde, de heer J. Hoekstra van de provincie Utrecht, bezoekt de werf. Dit bezoek resulteerde in medewerking en grote betrokkenheid van de provincie.
  • 18 augustus 1986. Het casco van de botter verlaat de loods waarin zij is gebouwd.
  • 25 augustus 1986. De officieuze tewaterlating.
  • 20 november 1986. Dit was de laatste dag van het dienstverband van de werknemers. 
  • 29 november 1986. Om 14:00u - in zeer dichte mist - blies de Commissaris van de Koningin in de provincie Utrecht, Jonkheer drs. P. A. C. Beelaerts van Blokland, op een koperen scheepstoeter, waarna onder luid applaus van de aanwezigen de BU 210 van de helling gleed.


De BU 210


Botters werden gebouwd op verschillende scheepswerven langs de Zuiderzee. Door de slechte vooruitzichten voor de visserij, de afsluiting van de Zuiderzee en later de komst van de ijzeren schepen, gleden al in het begin van de 20ste eeuw de laatste nieuwe botters van de helling.

In de jaren tachtig wilde de gemeente Bunschoten echter beschikken over een eigen botter. Pogingen om een bestaand schip te kopen mislukten. Na veel wikken en wegen werd daarom een heel nieuw schip op stapel gezet op de eeuwenoude Botterwerf in Spakenburg: de BU 210. Voor dit nummer werd gekozen omdat het hoogste visserijnummer dat ooit was uitgegeven BU 209 was.

Tijdens het opruimen van de werf werden op de zolder de oude mallen van de Zuiderzeebotter en de kubboot (open bijbootje van de botter) gevonden. Aan de hand van deze kubbootmallen werd een kubboot gebouwd en dat ging goed: men kon het nog.
 De BU 210 is daarna, als werkgelegenheidsproject op geheel originele wijze gebouwd. 

Na een bouwtijd van ruim een jaar was het schip in 1986 klaar. Het is daarmee het jongste schip van de bottervloot in Nederland.

De BU 210 heeft haar vaste ligplaats in de Oude Haven (Museumhaven) van Spakenburg.
In deze eeuwenoude havenkom ligt de grootste bottervloot van ons land.
Aan de haven ligt ook de Botterwerf waar het schip in 1986 is gebouwd.
 


De BU 210 in maten en gewichten:
De BU 210 weegt             22,5 ton

Lengte over de stevens   13.50 mtr.

Breedte op berghout         4.25 mtr.

Masthoogte                     14 mtr.       

Groot zeil                         55 m2

Fok                                  40 m2 

Grote kluiver                    25 m2

Kleine kluiver                   15 m2

Bezaan                             15 m2

Bun (open verbinding)  3500 ltr.