Onderhoud

Regelmatig vindt er groot onderhoud plaats aan de botter BU 210, zodat het schip in optima forma blijft.

Onderhoud

Regelmatig vindt aan de botter BU 210 groot onderhoud plaats. Sowieso blijft een houten schip al in een betere conditie als het vaak vaart. Doordat dit bij de BU 210 tijdens het vaarseizoen al het geval is, houdt het schip zijn mooie uitstraling. Wanneer het de helling opgaat, komt er pas duidelijkheid over de te restaureren onderdelen.

Het grote onderhoud aan de botter vindt steeds plaats op de helling van scheepswerf Nieuwboer. De meesterscheepstimmerlieden van deze botterwerf kennen het schip als geen ander, niet in de laatste plaats vanwege de oorspronkelijke nieuwbouw daar ter plekke.

Er wordt eerst een voorbespreking gehouden over welke onderdelen er dit keer vervangen gaan worden. Het schip wordt door de timmerlui van boven tot onder gecontroleerd. Vervolgens wordt gekeken naar eventuele zwakke plekken die nog tot een volgende keer kunnen blijven zitten om in een latere fase aangepakt te worden.

Nadat het vaar- en zeilseizoen is afgelopen, wordt het hele schip door de bemanning leeggehaald en afgetuigd. De zeilen, overig tuigage en toebehoren worden zorgvuldig winterklaar gemaakt en opgeborgen, waardoor alles voor het volgende vaarjaar weer tip top in orde is.

Dan is het de beurt aan de werf: het optrekken van het schip op de prachtig gerestaureerde helling. Deze klus vergt naast zorgvuldigheid ook zorgzaamheid en liefde voor het schip, aangezien - mede door het gewicht en omvang ervan - er veel mis kan gaan. Dankzij de jarenlange ervaring van de werflui is deze klus ook dit keer weer naar volle tevredenheid geklaard.
BU210-Helling13-300.jpg

Tijdens het werk aan de botter, zijn ook de leden van de bemanning steeds paraat om waar nodig onderhoudswerk te verrichten. Ook nadat het van de werf is neergelaten in de Oude Haven, wordt er door de vrijwillige leden van de bemanning veel aan het schip gedaan. Veel onderdelen worden opnieuw in de lak gezet en alle noodzakelijk onderhoud en schoonmaakwerk wordt opgepakt. Na de winter is de botter weer helemaal klaar voor het nieuwe vaarseizoen. Het schip ligt er dan weer als nieuw bij.

Zo blijft de botter BU 210 helemaal in optima forma om het publiek van dienst te kunnen zijn met het proeven van de sfeer op zo'n schitterend rondvarend monument van de vroegere visserij.

VOOR DE LENTE KOMT

Wie in de winter langs de haven loopt ontgaat het zeker niet dat er regelmatig rook komt uit het kachelpijpje van de BU 210. De vrijwilligers van deze botter zijn dan aan het werk met het jaarlijkse winteronderhoud. Zij stoken het schip met het vuurduveltje droog en houden zichzelf hiermee een beetje warm.

De grote klussen vinden over het algemeen plaats bij de werf Nieuwboer maar het kleinere werk wordt steeds door de bemanning gedaan. Zo verzorgen zij zelf al het schiemanswerk (het touwwerk) en de kleine restauraties. Aan het einde van het vaarseizoen worden de losse onderdelen in de opslag bij Museum Spakenburg gebracht voor het nodige onderhoud en wordt alles nauwkeurig geïnspecteerd op gebreken. Soms gaat er een zeil nog even naar de zeilmakerij, de verbandkist wordt op orde gebracht en de brandblusser krijgt een periodieke check.

Het nu kale schip wordt voorzien van het winterkleed en krijgt een degelijke schoonmaakbeurt waarbij alles wordt gecontroleerd. Er wordt niet eerder gestopt dan voordat alles spiegelglad en glimmend is.

Meestal staat de botter ‘s winters een weekje of meer op de helling en dat is de juiste gelegenheid om het onderwaterschip in de teer verf zetten, het roerblad en schroef te inspecteren en alle modder en slib uit de bun te halen en het berghout krijgt weer een mooi zwarte laag in hoogglans. Terug in het water, met de zware zwaarden nog in de kuip wordt het binnenwerk verder af gemaakt. Waar mogelijk behoren timmerwerk, de motor, alle elektra en sanitair ook bij de taken van de bemanning. Ook al het laswerk geschiedt in eigen beheer.

Wanneer in het voorjaar het lentezonnetje doorbreekt wordt het tijd om de winterkleden te verwijderen en komt er ruimte om het bovenschip en rondhouten nog eens flink onderhanden te nemen waarna alle onderdelen van uit de winteropslag herplaatst worden. Ieder jaar weer een flinke klus.

De tien vrijwilligers steken veel energie en vrije tijd in het onderhoud van het schip maar het resultaat mag er altijd weer zijn en zij verzekeren de stichting, de komende gasten en zichzelf bij het nieuwe vaarseizoen van een prachtige en veilige botter.